Nieuws
Vereniging Componisten 96 is verbolgen over de onlangs gepubliseerde adviezen van de Commissie Muziek van het NFPK+ waardoor veel ensembles dreigen te verdwijnen. Reacties hierop vindt u hieronder (in pdf).
Cornelis de Bondt - Brandbrief (media)
Klaas de Vries - Brief Plasterk
Jan Vriend - Manifesto Augustus 2008
NRC - commentaar 25 augustus 2008
Protestbrief inzake de commissie muziek (21-7-08)
Volkskrant - Coup Lawson
Ter informatie: de Commissie Muziek...
Lees hieronder meer reacties van C96 leden!

In een dubbelinterview met John Coltrane en Eric Dolphy in Down Beat op 12 april 1962 beantwoordt Dolphy de volgende vraag van de interviewer:
The question in many critics’ minds is: What are John Coltrane and Eric Dolphy trying to do. Or: What are they doing? Following the question, a 30-second silence was unbroken except by Dolphy’s, “That a good question.” Dolphy was first to try to voice his aims in music: “What I am trying to do I find enjoyable. Inspiring-what it makes me do. It helps me play, this feel. It’s like you have no idea what you’re going to do next”.
Een subsidieaanvraag van Dolphy bij het huidige NFPK+ zou op grond van belabberd cultureel ondernemerschap en een totaal gebrek aan toekomstvisie zeker worden afgewezen. In de begeleidende brief zou hem worden aangeraden om het “merk Dolphy” beter in de markt te plaatsen.
Er is de in de periode van de oprichting van het NFPK+ veel gesproken over de "ketengedachte". Het zou zo mooi zijn als de podia directer geschakeld zouden worden aan de ensembles en de componisten, de luisteraar via de producent direct gekoppeld aan de maker.
Ik heb echter de indruk dat de zogeheten "ketengedachte" waar het Fonds NFPK+ zo mee ingenomen is een funeste uitwerking gaat hebben. Eerst zijn in de afgelopen jaren zeer veel kleine podia voor de ensembles en voor de geïmproviseerde muziek onder het juk van het Fonds voor de Programmering en Marketing FPPM doorgejaagd met het gevolg dat ze niet meer bestaan. Dat is dus de eerste schakel van de keten.
Nu zijn de ensembles aan de beurt, de tweede schakel. De onvermijdelijke derde schakel zal dan zijn het ontnemen van subsidie aan de componisten met het argument dat er geen ensembles en podia meer zijn om voor te componeren.
In de volgende ronde zal het voor de componisten, en zeker voor de jongeren onder hen, bijna ondoenlijk worden om een werkplan te maken omdat het prachtige fijnmazige systeem van meerdere kleine toegewijde, specialistische ensembles dan ter ziele zal zijn.
Als het de geheime agenda van het NFPK+ is om de internationaal in aanzien staande Nederlandse nieuwe muziek om zeep te helpen dan heeft het bestuur de juiste commissie aangesteld om deze beulsklus te volbrengen. Mensen zonder enige kennis van zaken, nooit gezien bij concerten van de getroffen ensembles die bereid zijn om met grote willekeur de stok te hanteren die heel chique in het jargon van steeds meer afgestudeerde kunstmanagers "cultureel ondernemerschap" heet of "meerjarenvisie". En dit alles met een verbijsterend gebrek aan respect voor de verworvenheden van de afgelopen 30 jaar.
Omdat er in de nieuwe structuur geen controlerende functie meer is door de politiek met het argument dat dat tot “genante” vertoningen zou leiden is het vrij schieten vanuit de stellingen van het nieuwe Fonds.
De minister en de politiek moeten hun verantwoordelijkheid nu nemen en erkennen dat hier onherstelbare fouten gemaakt zijn. Als dat niet spoedig gebeurt zal het schrale plusje in de naam van het Fonds, het enige symbool dat nog verwijst naar wat ooit ons Fonds voor de Scheppende Toonkunst was, snel onder het tapijt geveegd zijn. Wat dan resteert is een eeuwigdurende “AVRO-programmering” op onze podia, geen muziek meer die zoekt of gevaarlijk is want dat jaagt het publiek weg, maar wel muziek onderbouwd met goed "cultureel ondernemerschap", natuurlijk als een betrouwbaar "merk" in de markt gezet. Voor iemand als Eric Dolphy die “niet weet wat hij gaat doen” is dan zeker geen plaats meer.
Guus Janssen

Pontius Pilatus Plasterk
“Op intekening wordt een opdracht verstrekt aan een samenwerkingsverband van producent(en), podia en intermediair(s), dat cultureel diverse vraag en aanbod verbindt op een aantal plekken in het land, publieksbehoeften in kaart brengt en vertaalt, op de werkvloer cultuurspecifiek marketingsinstrumentarium implementeert, en lokaal structuren opzet die het bereik van specifieke culturele publieksgroepen mogelijk maken.”
De filmwereld kent het verschijnsel van de Golden Raspberry Award (De Gouden Framboos): onderscheidingen voor de slechtste film, acteur, regisseur, enzovoorts. Acteurs en vooral regisseurs kijken uit naar de uitreiking van de Academy Awards maar huiveren bij het horen van de Razzies. Het zijn niet de minsten die de twijfelachtige eer van deze onderscheiding te beurt viel: Willem Dafoe, Robert Redford, Faye Dunaway, Madonna (die kan er al een kastje mee vullen), en regisseur Paul Verhoeven, voor zijn film Showgirls. Hij was overigens wel zo sportief om hem persoonlijk in ontvangst te komen nemen.
Als er voor het schrijven van beleidsproza ook zo’n onderscheiding zou bestaan zou die met glans gewonnen worden door het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten Plus. Bovenstaande zin is afkomstig uit de Beleidsuitgangspunten 2009-2012.
De nieuwe Nederlandse muziek verkeert in zwaar weer. Na de fusies van Donemus, Gaudeamus en het Fonds voor de Scheppende Toonkunst tot instellingen met een onzekere toekomst worden thans, op enkele uitzonderingen na, de belangrijkste ensembles voor nieuwe muziek drastisch gekort dan wel helemaal opgeheven. Dit treft natuurlijk in de eerste plaats de muziekgezelschappen zelf, maar indirect zijn ook de componisten hiervan de dupe: de ensembles zijn belangrijke verstrekkers van compositieopdrachten.
Een en ander is het gevolg van de onlangs uitgebrachte adviezen van genoemd Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten Plus. Dit Fonds is in het leven geroepen om meer afstand te scheppen tussen politiek en kunst, en aldus politici de mogelijkheid te ontnemen hun culturele hobby’s te bedrijven. Daar is iets voor te zeggen. Wie politici over kunst hoort praten beseft dat het kunstbeleid bij hen doorgaans niet in goede handen is. Dit op zich niet onredelijke streven is nu echter doorgeschoten in een complete kaalslag in de podiumkunsten, met name in de nieuwe muziek. De schaal waarop dit gebeurt is zonder precedent. Wat in de afgelopen decennia met visie, inventiviteit, kennis, en veel liefde voor het vak is opgebouwd - een rijk geschakeerde en bloeiende ensemblecultuur - wordt hier met een handvol kreupele zinnen nagenoeg tot op de grond toe afgebroken. Ondertussen wast de politiek casu quo de minister Ronald Plasterk zijn handen in onschuld: hij heeft deze taak immers gedelegeerd naar het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten Plus.
Op dit delegeren valt echter wel iets af te dingen, getuige genoemde Beleidsuitgangspunten 2009-2012 van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten Plus:
“- Programma ‘Produceren en Marketen’ voor cultureel divers publiek. Dit programma speelt in op de groeiende behoefte van podia aan gericht aanbod en marketinginstrumentarium voor nieuw publiek van uiteenlopende culturele achtergronden.
- ‘Excellence-programma’ voor de doorstroom en artistieke professionalisering van ‘toptalent’ in kansrijke, opkomende kunstvormen buiten de westerse canon, waarvoor in de vakopleidingen en werkplaatsen/productiehuizen nog niet of nauwelijks plaats is. Een selectie van gevorderd talent krijgt een ‘rugzakje’ om in een meerjarige periode een ontwikkelingsprogramma op maat te volgen. Hierbij worden kunstvakopleidingen en gezelschappen/kunstenaars (stageplekken en coaches) in binnen- en buitenland betrokken. Tegelijkertijd wordt een podiumcircuit ontwikkeld voor de presentatie van kleinschalige (onderzoeks-)producties voor dergelijke kunstvormen. Het programma wordt ondersteund met debat en kennisoverdracht.
- ‘Nieuwsgierigheidsprogramma’ waarin cultureel diverse ambities en internationalisering worden gekoppeld. Het programma stimuleert wisselwerking tussen interculturele ontwikkelingen op Nederlandse bodem met interculturele ontmoetingen op internationaal niveau. Hierbij kan het gaan om doelgerichte uitwisselingen van instellingen en individuele kunstenaars, debat en ge-organiseerde reflectie op artistieke ontwikkelingen en kwaliteitsnoties, maar ook om overdracht van integrale cultureel diverse benaderingen op institutioneel niveau (waarbij good practices in het buitenland gekoppeld worden aan Nederlandse instellingen).”
Echt, het staat er allemaal!
Behalve een vage nieuwsgierigheid naar het brein waaraan deze taalwoekering ontsproten is - als natuurwetenschappelijk fenomeen zal ik maar zeggen -, wat leert deze tekst ons? Het gebruik van de term ‘excellence’ ten spijt gaat het hier niet over artistieke inhoud of kwaliteit. Hier wordt - met dankbaar gebruik van een incompetente muziek-adviescommissie - wel degelijk een politieke agenda uitgevoerd. Terwijl dat nou precies niet de bedoeling was! Kunst niet als zelfstandige entiteit, maar als instrument om sociaal-maatschappelijke doelen mee te verwezenlijken. De kunstenaar ‘de wijken in’, om allerlei bevolkingsgroepen de zaal in te praten die daar geen behoefte aan hebben. En dan moet hij daar ook nog eens een winstgevend bedrijfje van zien te maken. Wie heeft toch ooit dit onzalige idee bedacht? Dames en heren beleidsmakers, daar is de kunst niet geschikt voor! Daar zijn kunstenaars niet geschikt voor! Daar hebben ze niet voor doorgeleerd! Vroeger niet, nu niet, en ze zullen dat nooit leren! U bent aan het verkeerde adres!
Het onverdraaglijke is dat deze politieke agenda bij hoog en laag ontkend wordt. Plasterk trekt zijn handen er van af. Sterker nog, de voorzitter van het Fonds George Lawson bestaat het om ons de schuld in de schoenen te schuiven: ‘Op verzoek van het veld zelf moesten er scherpere keuzes gemaakt worden.’ Blijkbaar wordt er niet alleen zeer lelijk, maar ook nog eens leugenachtig Nederlands geproduceerd door het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten Plus.
Er woedt nog een andere discussie op dit moment, over het actieverleden van enkele vertegenwoordigers van de huidige politieke generatie, en over de vermeende onoorbaarheid van de destijds gehanteerde middelen. Moraalridders en fatsoensrakkers tuimelen over elkaar heen.
Wordt het in dit verband ook niet eens tijd voor een taart voor Plasterk? Eerst die hoed in de gracht, en dan - hopsee! recht in zijn gezicht!
Hans Koolmees

Hierbij teken ik ernstig protest aan tegen het schandalige kunstsubsidiebeleid
van dit kabinet, en de redeloze manier waarop het FAPK meent te moeten
snoeien in onze prachtige Nederlandse muziekcultuur.
Daarvan zijn niet alleen kunstenaars de dupe, maar ook het publiek.
Bovendien wordt de Nederlandse bijdrage aan het internationale muziekleven
zeer ernstig schade toegebracht.
Jacob ter Veldhuis

Komt er een keer een man in de regering die het woord Cultureel Ondernemerschap heeft verzonnen. En als gevolg daarvan wordt het artistiek bussinessplan van gerenomeerde orkesten (en andere kunstinstellingen) gemeten. Wie het niet goed genoeg gedaan heeft wordt gekort. Het is het al-oude Procrustes verhaal.
Als het niet zo treurig was zou ik er eigenlijk hard om moeten lachen.
Henk Alkema

Het is zeer betreurenswaardig dat er in de muziek zoveel bezuinigd wordt dat Nederland hierdoor haar voortrekkerspositie als één van de belangrijkste landen die podium biedt voor vernieuwende muziek gaat verliezen. Heel erg zonde van al die investeringen die reeds gedaan waren. Muzikale talenten worden straks musici, die alleen achtergrond muziek verzorgen. Creatieve ideeën worden niet meer gestimuleerd. Instrumentaria worden weggestopt en vergeten in opslagruimtes.
Podia kunnen nu geen ensembles meer laten optreden voor hun publiek omdat hun uitkoopsommen niet toereikend zijn. Componisten die gevraagd zijn om voor de ensembles te schrijven zitten nu zonder werk.
Sinta Wullur

Het stopzetten van subsidie voor veel hedendaagse muziekensembles raakt niet alleen de ensembles en componisten, maar zorgt ook voor een ongekende culturele verwarring.
Deze ensembles hebben in samenspraak met componisten een aanvraag ingediend voor nieuwe compositie opdrachten; maar in de komende kunstenperiode wordt een professioneel opereren van dezelfde ensembles onmogelijk gemaakt.
De besluiten van het NFPK om grote delen van de hedendaagse, experimentele, electronische, geïmproviseerde muziek weg te bezuinigen zegt iets over hun muzikale interesse, of liever gezegd: desinteresse, of liever gezegd: walging, en niet over het belang van deze muziek.
Muziek die niet alleen door zogenaamde oudere, maar vooral ook jongere ensembles en musici gespeeld wordt, m.a.w. geen zogenaamd isolement.
Helaas ook steeds weer het verwijt dat deze muziek, en blijkbaar dus ook Bach ( zie het advies voor Ton Koopman) te weinig publiek zou trekken, terwijl ensembles als Asko-Schönberg kunnen aantonen dat zij juist veel publiek genereren.
Ook moet toch weer gezegd worden: sinds wanneer is een klein publiek minderwaardig?; waarom is iets alleen belangrijk als er miljoenen mensen op afkomen, lijdt men in Nederland soms aan een stadionsyndroom?
Het publiek wat zich interesseert voor hedendaagse muziek heeft recht op een breed aanbod, deze diversiteit is immers waarom Nederland bekend staat.
Hoe bestaat het dat een commissie zo tegen de wil van de betrokken ensembles, musici en componisten hun wil kan opleggen?
Sinds wanneer wordt incompetentie en willekeur in Nederland zo positief beloond?
We moeten hier keihard tegenaan gaan en deze grove onteigening totaal stoppen.
Huib Emmer

Protest tegen het kunstenplan
Nederlanders zijn van oudsher handelaren.
Door de handel heeft Nederland zich kunnen ontwikkelen tot een land met een sterke economie en een grote cultuur. Het is de plicht van de overheid om de economisch kwetsbare takken van de cultuur, zoals de kunst, te beschermen en continuïteit - noodzakelijk voor ontwikkeling en kwaliteit - te waarborgen.
Kunst beoordelen op haar economische betekenis is funest voor de kunst.
Diderik Wagenaar

Precies op deze dag, 2 september, maar dan 20 jaar geleden, stapte ik in het vliegtuig in Athene met twee koffers, om naar Amsterdam te vliegen en daar voorgoed te blijven wonen.
Waarom? Omdat ik na jaren onderzoek en bezoeken in het buitenland dacht dat het muziekklimaat voor hedendaagse muziek in Nederland het beste was dat ik kon vinden in de beschaafde wereld. En ik had gelijk. Ik heb hier mijn oeuvre van meer dan tachtig composities kunnen componeren, alle excellent uitgevoerd door onze meesterlijke en rijk geschakeerde ensembles, die met meer of minder subsidie in staat waren een eenheid te kunnen vormen met hun publiek en ons, hedendaagse componisten. Concertzalen liepen vol, er waren premières van componisten zoals Ligeti, Stockhausen, Feldman, Cage, Kagel, Andriessen, Reich, Adams, Kurtag,....... ik zou pagina’s nodig hebben om alle namen te noemen van alle componisten die hier uitgevoerd zijn. Een overvloed van muziek in wat ik het gouden tijdperk voor hedendaagse muziek zou willen noemen; een paradijs voor componisten, musici en publiek, een culturele broeiplaats die Nederland heeft omgetoverd tot een van de belangrijkste muzieklanden in de wereld. Ik ben niet de enige buitenlandse componist die naar Nederland is verhuisd vanwege deze rijkdom; zoveel meer componisten en musici zijn naar Nederland gekomen om hun diensten te verlenen en de muziekklimaat rijker en diverser te maken. Kortom, het is een sprookje geweest!
Maar zoals in de meeste sprookjes komt er op een gegeven moment een boze kwade wolf langs. Deze zomer lijkt het tijdperk van de boze wolf voorgoed begonnen. Enige ensembles die ons muziek regelmatig uitvoeren, krijgen veel minder of helemaal geen subsidie meer. Dat is ook voor ons, componisten, een ernstige klap.
Voor alle muziek is een goede uitvoeringspraktijk nodig. Composities moeten begrepen en geïnterpreteerd worden. Dat vergt kennis, kunde en vooral ook veel ervaring en vertrouwdheid met die muziek. Onze muziek kunnen we daarom eigenlijk alleen kwijt via deze specifieke ensembles. Muziek is veel te breed, het repertoire te divers, er zijn gespecialiseerde musici en ensembles nodig om de verschillende genres goed te kunnen uitvoeren. De musici die hedendaags klassiek spelen, zijn tientallen jaren bezig met het oefenen van de benodigde technieken en vertrouwd te raken met het idioom; er zijn zelfs componisten die hun eigen groepen hebben opgericht omdat hun composities heel specifiek zijn en voor een adequate uitvoering jarenlange ervaring vergen.
Hedendaagse muziekensembles kunnen niet bestaan zonder hedendaagse componisten, en omgekeerd kunnen hedendaagse componisten niet zonder hedendaagse muziekensembles.
De korting op de subsidie voor hedendaagse muziekensembles raakt dus ook ons, componisten van hedendaagse muziek. Wij vrezen onder andere dat lopende projecten en afspraken met de getroffen ensembles niet kunnen doorgaan. Muziek die we al gecomponeerd hebben of waarvan de aanzet voor compositie al gemaakt is. Dat is een heel donker perspectief. Kunnen wij onze muziek nog kwijt in de nabije toekomst, of is het de bedoeling dat onze muziek ophoudt te bestaan. Wat blijft er over van een muziekcultuur die vele jaren nodig had om de rijkheid en kwaliteit te verkrijgen die het nu heeft? Wordt die cultuur met pennenstreek en een schouderophalen naar de afvalbak verbannen? Realiseren het Fonds voor de Podiumkunsten en de minister zich dat die schade niet zomaar na een paar jaar dwaling weer hersteld kan worden? Dat een uniek weefsel van kennis, kunde en ervaring met hedendaagse muziek dan werkelijk vernietigd is?
KUNST IS EEN KWETSBARE, ZELDZAME BLOEM, DIE DOOR DE OVERGAVE EN TOEWIJDING VAN MUSICI EN COMPONISTEN WORDT VOORTGEBRACHT. MET KUNST KUN JE NIET VOORZICHTIG GENOEG ZIJN, KUNST MOET JE KOESTEREN ALS DE ULTIEME UITINGSVORM VAN EEN WAARACHTIGE BESCHAVING!
Dat zou elke politicus toch moeten weten.
Calliope Tsoupaki

Ik kom van oorsprong uit de VS. Voor ons was Nederland een geweldig voorbeeld, wat betreft de hedendaagse muziek en de steun en waardering voor componisten en kunstenaars in het algemeen. Is dit tijdperk nu echt voorbij?
Benedict Weisser

Het bijzondere aan de Nederlandse muzieklandschap is de veelzijdigheid van verschillende richtingen en manieren over muziek na te denken en ze uit te oefenen. Bijna miraculeus is daarbij dat er tussen componisten en uitvoerders een klimaat van sterke onderlinge ondersteuning en respect heerst.
Dat heft niet alleen tot veelzijdigheid en een uiterst internationale ‘scene’ in Nederland geleidt maar tot een heel hoog niveau bij de verschillende ensembles die zich voor verschillende richtingen van de nieuwe muziek hebben gespecialiseerd en vaak nauw samen werken met componisten die nieuwe werken schrijven.
Het is duidelijk dat de door de commissie muziek van het NFPK+ uitgesproken adviezen ten opzichte van het voortbestaan van Nederlandse ensembles, geen waarde hecht aan het rijke en stimulerende klimaat in het Nederlandse muzieklandschap. Het staat buiten kijf dat het bij de taak van de commissie hoort kritiek uit te oefenen en subsidies op basis van grondig uitgevoerde beoordelingen aan te passen. Het is echter niet te herkennen dat dit heeft plaats gevonden.
Het lijkt daarop dat het criterium van ‘cultureel ondernemerschap’ – volgens mij een totale misvatting van de functie van subsidie – op ongenuanceerde manier als reden werd gebruikt om een enorm deel van de Nederlandse ensembles weg te vegen. Als de adviezen van de commissie realiteit worden zal dat tot een verpaupering van het muziekleven leiden met desastreuze gevolgen voor alle betrokkenen (componisten, podia en uitvoerders). Hier wordt er in een klap een proces in gang gezet die alleen met veel tijd en moeite weer omgekeerd zal kunnen worden. Laat dat niet gebeuren!
Marko Ciciliani

Demotiverend
Als componist die ook al tien jaar lang muziekevenementen organiseert, vind ik het heel demotiverend om geen structurele steun te krijgen voor activiteiten. Niet alleen zijn veel goede gevestigde groepen geweigerd, maar ook de newcomers, die de toekomst van de nieuwe muziek verzorgen.
Het direct resultaat is dat ik minder concerten en festivals ga organiseren en opgeteld met andere gekorte organisaties wordt onze muziekcultuur veel minder rijk.
Ned McGowan

Klik hier voor het nieuwsarchief
|